Doorgaan naar hoofdcontent

Het moet wel leuk blijven

door Sebastiaan

Afgelopen maandagavond had ik een bierproeverij. Om precies te zijn: het ging om proeven, hoe je goed de smaken kan ervaren. De spreker sprak over "proeven versus genieten", want met "objectief" proeven ben je bezig met je verstand, niet met je hart.

Ergens had hij wel gelijk, maar zijn deze twee dingen daadwerkelijk niet verenigbaar? Als ik het over games heb, kan ik dan objectief dingen beschrijven? Of kan ik niet met plezier een game spelen?

Probeer vooral niet te genieten!

Als ik het over bier en games heb, zal er niet snel een wetenschapsfilosofische discussie ontstaan. In sociologische studies echter is dit nog altijd actueel: het "inside-outsider dilemma".

In een notendop: kan je "objectief" iets zeggen over je onderzoek als je je er niet daadwerkelijk mee bezig bent, of moet praktisch aan de slag? Maar als je dat doet, is dan niet je "objectieve" houding aangetast? In de wereld van culturele antropologie wordt er onderzoek gedaan naar "de mens", in de breedste zin van het woord (antropos = mens, logos = leer). Als ik als blanke, 29-jarige, niet-religieuze, Nederlandse man onderzoek doe naar, noem 's wat, de positie van laagopgeleide vrouwen in Somalië, kan ik daar dan iets met recht iets over zeggen? Ene kant wel, want ik behoor niet tot de groep en kan daarmee dingen opmerken. Andere kant niet, want ik behoor niet tot de groep en kan daarmee dingen over het hoofd zien. Irritant toch?

Terug naar bier. Het "objectieve proeven" klinkt als een paradox. Wat ik terugproef, kan een ander misschien niet opmerken. Als ik een bier bitterder ervaar dan een ander, zegt dat niks over wat ik ervan denk. Zegt mijn buurvrouw dat het naar banaan ruikt, is dat één ding. Als ze zegt dat het fijn is dat het zo ruikt, is iets anders. Daar had de spreker op de bierproeverij gelijk in. 

Althans, tot op zekere hoogte. Want als ik een game speel om daar iets over te willen weten, doe ik dat al met een bepaald doel. Het is niet "genieten", maar willen ervaren. Een utilistische kijk op de wereld is dat je als individu het plezier zoveel mogelijk probeert te vergroten. Ga ik The Witness spelen, wetende dat het een goed ontvangen game is met prachtige visuele voorstellingen, doe ik dat met voorbedachte rade. De aanzet tot handelen is daarmee al een doorkruising van de vermeende "objectiviteit" - het willen onderzoeken, het willen proeven is al een invulling.

Ik zou dan betogen dat met "objectief" bier proeven, een game willen doorgronden of een etnische bevolkingsgroep onder de loep nemen je bezig bent met een doel. Juist door de bewustwording van het hebben van dat doel kan het misschien wel je subjectieve ervaringen deels corrigeren.

De grootste drijfveer van de mens, naar mijn mening, is die naar geluk. Een abstract begrip als vrijheid bijvoorbeeld wordt vaak gezien als het summum, maar we willen vrij zijn omdat het ons geluk brengt. Het doen van dingen moet gezien worden als een keuze, geen plicht of missie.

Populaire posts van deze blog

Narratologie en ludologie

Gisteren had ik het over ludologie: de studie en leer van spellen, als menselijke activiteit. Nauw verbonden met ludologie is narratologie. Narratologie is de studie en leer van verhalen en verhalen vertellen. Dit kan op verschillende manieren onderzocht worden: bijvoorbeeld antropologisch, psychologisch of historisch. Door te kijken naar de narratieve structuur en hoe gamers dat opvatten, kunnen we meer leren over hoe games functioneren als "texts", dat wil zeggen, communicerende objecten. In het onderzoeksveld van games werd een tijd terug een discussie gevoerd of games op een narratologische manier benaderd kunnen worden. 
"To claim that there is no difference between games and narratives is to ignore essential qualities of both categories. And yet, as this study tries to show, the difference is not clear-cut, and there is significant overlap between the two." - Espen Aarseth, ludology.org
Jesper Juul, een toonaangevend onderzoeker, zei echter: Games and stories…

Een goed voornemen

Een flinke tijd terug had ik jaarlijks een uitdaging als goed voornemen. Zo heb ik een jaar het nieuws niet gevolgd, een jaar geen kaas en een ander jaar geen vlees gegeten. Ik heb ook geprobeerd een jaar geen alcohol te drinken, dat heb ik vier en een halve maand volgehouden.
Voor 2018 heb ik een nieuwe uitdaging: een jaar niet gamen. Het nieuwe jaar is nog ongeveer anderhalf uur ver weg. Of dichtbij, het is hoe je er naar kijkt. Met de drukte van de kerstvakantie heb ik weinig kunnen gamen de laatste tijd, ik heb een uurtje geleden nog een potje The Binding of Isaac gespeeld. Ik ging een flink aantal keer dood, niks nieuws.
Waarom doe ik deze uitdagingen? Het is om mezelf iets te leren en iets óver mezelf te leren. Een jaar geen kaas was bijvoorbeeld stukken moeilijker dan een jaar geen vlees. Met een jaar geen vlees heb ik vis leren eten. Ik hoop dan ook aankomend jaar weer iets te leren. Het is een persoonlijke uitdaging, als ik op 2 januari nou eenmaal naar de controller moet gr…

Super Mario Land

Zoals je gisteren hebt kunnen lezen, als "goed voornemen" ga ik dit jaar niet gamen. De eerste negen en een half uur van 2018 zijn voorbij en ik heb niet gegamed, tot zover is het een succes. Ik ga dit jaar proberen om ook weer te schrijven voor Video Game Filosofie en deze persoonlijke uitdaging is daar mooi het moment voor. Dit is mijn eerste stuk over een belangrijk moment in mijn geschiedenis van gamen.